Onze welvaart en de toekomst van Europa

SeePublic

Longreads

Het tijd voor een Brede Maatschappelijke Discussie over onze welvaart en de toekomst van Europa. Waarom? De onderhandelingen rond Griekenland worden door de meeste regeringen (en de instituties zoals de ECB, de Eurogroep en het IMF), ogenschijnlijk gezien als een onderhandeling tussen schuldeiser en schuldenaar. Terwijl ze natuurlijk donders goed weten dat er veel meer aan de hand is. Europese leiders zijn als sinds de crisis in 2008 brandjes aan het blussen, maar hebben niet het vermogen brand te voorkomen. Dat kan ook niet want het probleem waar we mee te maken hebben is zo fundamenteel dat er decennia overheen zullen gaan voordat de ‘economische rust’ wederkeert. Ik ben daarin overigens optimistisch want het is rust op een hoger welzijnsniveau. De kans is klein dat onze reële welvaart structureel terug zal vallen.

Maar we zitten wel in een fundamentele transitie van een systeem dat gericht is op steeds meer economische groei en welvaart, naar een systeem dat gericht is op een verduurzaming van die welvaart (dit zou je welzijn kunnen noemen).

Het verbeteren van onze productiviteit en het slim gebruiken van de surplus-tijd die hierdoor ontstaat, is cruciaal voor het voortbestaan van onze welvaart.

Behoefte aan dialoog en inzicht

De vraag is of de afwezigheid van een recessie de gezondheid van onze welvaart bepaalt? Met andere woorden: moet je ziek zijn om beter te worden? Ik weet zeker van niet. Er is onderwater meer aan de aan de hand dan de meeste mensen uit de oppervlakkig nieuwsberichten redelijkerwijs kunnen begrijpen. Het lijkt erop dat het Griekse probleem is opgelost, maar zal zeker nog jaren doormodderen. Het lijkt erop dat we op dit moment in Nederland uit de economische recessie zijn, maar dat komt vooral door de lage olieprijs, inflatie en rente. We zitten nog steeds in een crisis. Maar wat is een crisis? Olaf Hoenson zegt het mooi: ‘Een crisis is een stormachtige overgang naar een andere realiteit, zodra je deze accepteert is de crisis voorbij’. Maar de vraag is wat is die nieuwe realiteit?

Als we dieper naar de betekenis van crisis kijken dan bestaat het in de Chinese cultuur uit twee tekens (kans en bedreiging). Het woord crisis is ook afgeleid van het Griekse werkwoord krinomai wat zoveel betekent als: beslechten, scheiden, beslissen, oordelen en richten. We staan op het punt te oordelen en een nieuwe richting te kiezen. Een Brede Maatschappelijke Discussie over de toekomst van onze welvaart binnen Europa zou hierbij helpen.

We zitten dus in een fundamentele transitie en in elke fundamentele transitie speelt filosofie een belangrijke rol. En filosofie is in kern de juiste vragen stellen:

Wie zijn we, wat willen we en hoe verhouden we ons tot hulpmiddelen als geld, geldschepping, schulden en technologie? Met welke welvaart willen we leven, hoe gaan we dat in Europa realiseren? Maar het meest belangrijke voor mij persoonlijk: hoe verhouden we ons tot de toekomst van onze kinderen?

De toekomst is waar onze kinderen leven en voordat de toekomst arriveert, moeten we nog met urgentie een en ander organiseren.

Wat we moeten organiseren ligt veel dieper en rijkt veel verder dan bijvoorbeeld het Griekse probleem.

We moeten onder andere het concept van competitie en concurrentie herzien.

(Zie bijvoorbeeld ook het artikel: ‘Why we have to reinvent the concept of competition and run faster than the futures comes’ of mijn Tedx Talk hierover).

Het wordt tijd voor een Brede Maatschappelijke Discussie om de beleidsmakers en politici een stip op de horizon en een kader te geven waarbinnen ze gaan opereren: niet het komend jaar, niet de komende kabinetsperiode, maar de komende decennia. We zijn het verschuldigd aan onze kinderen. Want wie durft nog met zekerheid tegen zijn of haar kinderen te zeggen dat ze het beter zullen hebben? Want dat was toch steeds de bedoeling van vooruitgang? Of, zoals professor Hans Schellnhuber het zegt: ‘Do you want to be part of the generation that screwed up the planet for the next 1,000 years’? De vraag is of onze westerse manier van denken en doen ons verder brengt? De vraag is of onze westerse welvaart en de manier waarop we die welvaart maken ons verder of verder wegbrengt?

Fundamenteel probleem niet aangepakt

Aan het fundamentele probleem dat in 2008 aan het licht is gekomen is nog steeds weinig gedaan door politici, beleidsmakers en media. Enkele fundamentele problemen zijn:

  • te weinig productiviteitsgroei om stijgende welvaartskosten bij te houden;
  • beleid op voortdurende economische groei om schulden te kunnen aflossen;
  • traditioneel organiserend vermogen van bedrijven en markten;
  • teveel macht aan hulpmiddelen;
  • te weinig macht aan mensen en democratie;
  • slechte verdeling in inkomen, vermogen en werkgelegenheid;
  • IT en machines innoveren en toch volledige werkgelegenheid nastreven.

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog hadden we het Marshallplan en hadden we bij de overheid een speciale afdeling ter bevordering van productiviteitsgroei. We weten dat het vermogen van een land om de welvaart te verhogen en verduurzamen bijna volledig afhangt van het vermogen van een land om de productiviteit te verhogen. Niet de landen met de meeste grondstoffen zijn het meest welvarend, maar de landen met de hoogste productiviteitsgroei. We weten ook dat bezuinigingen zonder structurele hervorming leiden tot verslechtering van de welvaart op langere termijn. Natuurlijk ligt de kern in het aangaan van schulden, het afhankelijk worden van schulden en het geloven dat je voortdurende economisch zult groeien om steeds maar weer rente en aflossing te kunnen betalen. Zo gek is dat geloof niet. Want wees nu eens eerlijk. Wie geloofde in de jaren negentig niet dat je met de overwaarde van je huis rijk kon worden? We gingen massaal met de overwaarde van ons huis geld lenen om vervolgens te beleggen in aandelen die alleen maar konden stijgen. We zijn steeds meer gaan geloven in hulpmiddelen en steeds minder in mensen. Mensen zijn er om van te houden en middelen zijn er om te gebruiken. Maar we zijn steeds meer van middelen gaan houden en steeds meer mensen gaan gebruiken (Human Resources Management). Het zijn markten, bedrijven en meer algemeen hulpmiddelen, waar we in geloven. Maar zoals Amory Lovins het zei: ‘The markets make a good servant but a bad master, and a worse religion’.

Het wordt tijd dat we opnieuw en duurzaam gaan geloven dat we als mens in staat zijn een duurzame welvaarts te organiseren.

Het fundamentele probleem dat in 2008 aan het licht gekomen is dat de kosten van onze welvaart veel harder stijgen dan de baten en het snel groter wordende gat is steeds opgevuld met geleend geld. Daarna wordt opnieuw geld geleend om rente te betalen en af te lossen. Alles gebaseerd op het geloof dat onze economie voortdurend zal groeien en we het probleem van structureel schulden afbouwen naar de toekomst kunnen verplaatsen.

We hebben volgens mij dus een fundamentele en brede maatschappelijk discussie nodig om het probleem te adressen om daarna aan oplossingen te kunnen werken.

De Brede Maatschappelijk Discussie (BMD)

In de jaren zeventig van de vorige eeuw hadden we ook een structureel probleem als gevolg van de oliecrisis in 1973. Hierdoor werd tussen 1981 en 1983 een eerste en tevens laatste BMD gevoerd over ons energiebeleid met vooral aandacht voor kernenergie.

Op 2 juni 2005, de dag na het Nederlands referendum over de Europese Grondwet, besluit de Tweede Kamer opnieuw een brede maatschappelijke discussie te willen voeren over de toekomst van de Europese Unie. Deze discussie zou door de regering en het par-lement gezamenlijk worden georganiseerd. Maar op 6-10-2005 trokken zowel de rege-ring als het parlement zich terug. De Tweede Kamer had besloten de voorgenomen Brede Maatschappelijke Discussie over Europa definitief af te blazen. De VVD wilde er vanaf het begin niet aan meewerken, de PvdA trok zich later ook terug. Kort daarna besloot de regering zelf in debat te gaan met de burger, zonder betrokkenheid van de Kamer (zie bijvoorbeeld de website Nederland in Europa). Maar dit initiatief kwam niet echt van de grond. Pas in 2007 leidde dit, in voorbereiding op de Europese top van 21 juni 2007, tot een aantal hoorzittingen door de Tweede Kamer over de Europese grondwet.

Naast het kabinet vond ook een groep Nederlanders dat het toch noodzakelijk was om verder te praten over de toekomst van Nederland in Europa. Daarom vonden ze dat dit debat net zo goed – of misschien zelfs beter – als burgerinitiatief georganiseerd kan worden.

Dit zogenaamde Europadebat werd in mei 2006 gestart en duurde maar enkele maanden.

Historisch gezien is er dus een fragile verhouding tussen de toekomst van Europa en de dialoog met burgers. Ook nu heeft het referendum van 5 juli 2015 in Griekenland weinig directe invloed gehad op de uitkomst van de onderhandelingen. Sterker nog het uiteindelijke resultaat dat op 13 juli werd bereikt is slechter dan in het referen-dum voorlag.

Een BMD over de toekomst van Europa is dus niet echt van de grond gekomen. Het democratisch gehalte van de euro (wat willen burgers versus wat willen hulpmiddelen zoals de regering, de Eurogroep en het IMF en de ECB) is laag, met alle gevolgen als we nu bijvoorbeeld naar Griekenland kijken. Het is begrijpelijk dat het vuur geblust moet wor-den (technocratische aanpak die ervoor zorgt dat er geld gepind kan worden), maar we hebben ook behoefte aan een visie hoe we brand kunnen voorkomen. We willen ook zekerheid dat de wil van mensen boven de wil van middelen komt. We willen ook zekerheid dat we niet structureel terugvallen in welvaart en steeds meer mensen willen ook dat we onze welvaart gaan verduurzamen om ook onze kinderen een toekomst te kunnen bieden.

We zien nu bijvoorbeeld dat het schuldenprobleem van Griekenland erg vanuit de instituties (middelen) geleid wordt en minder vanuit een sociaal cultureel of maatschappelijk perspectief. Weconomics geeft aan dat er een verschil zou moeten zijn tussen de snelheid van technische ontwikkelingen (niemand wil wachten aan de grens, infrastructuur kun je efficiënt organiseren en opschalen), en sociaal culturele ontwikkelingen (een Griek is anders dan een Noord-Europeaan). Het is begrijpelijk dat overheden zoveel mogelijk instrumenteel willen oplossen want dat geeft overzicht in een complexe en onrustige wereld. Maar te ver doorvoeren van dit principe leidt tot problemen zoals we nu in en met Griekenland zien.

In de basis is het Griekse probleem niet opgelost en zal met dezelfde manier van denken de komende jaren ook niet opgelost worden. Hooguit is het bloeden gestopt, maar de wond is nog lang niet genezen. Dat zal pas gebeuren wanneer we in Nederland en in Europa productiever worden en de surplustijd inzetten om taken uit te voeren die de overheid niet meer kan betalen met geleend of bijgedrukt geld.

De situatie waarin we ons nu bevinden is wellicht vergelijkbaar met de situatie waarin Europa zich bevond na de Tweede Wereldoorlog: een verscheurd werelddeel wat aan wederopbouw moest doen. Een belangrijke basis voor de wederopbouw was het Marshallplan (ook wel European Recovery Plan genoemd). De ontwerpers van het Marshall-plan zagen de lage productiviteitgroei als een van de belangrijkste belemmeringen voor de wederopbouw en daarmee kernprobleem van Europa. Na de Tweede Wereldoorlog kende Nederland (en West-Europa) een enorme productiviteitsgroei, mede dankzij het Marshallplan en de Contactgroep Opvoering Productiviteit (COP, in 1962 overgegaan in de SER) waarover later meer.

Marshallplan

De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken George Marshall stelde voor om de landen in West-Europa te helpen met geld. Enerzijds om de vrede binnen West-Europa te bevorderen5, anderzijds had het plan voor de VS als bijkomend voordeel dat het Europa aan de Verenigde Staten zou binden in een periode dat de verhoudingen met de Sovjet-Unie snel verslechterden. Het Marhallplan had wel tot gevolg dat landen afhankelijker werden van de VS en ook een deel van hun soevereiniteit zouden moeten opgeven. Maar dat iets wat historisch gezien bijvoorbeeld ook al gebeurde toen Nederland ontstond uit zeven onafhankelijke provinciën.

Een ander gevolg van het Marshallplan was dat de wereldhandel er sneller door op gang kwam. Marshall stelde als voorwaarde dat de deelnemende landen met een gemeenschappelijk Europees plan zouden komen. Ook dat lukte niet echt in die tijd, landen waren erg verdeeld. Een van de doelstellingen van het Marshallplan was het stimuleren van Europese eenwording. Maar landen werden het al niet eens om tot gezamenlijke West-Europese aanvragen te komen voor Marshallhulp.

Toch is de hulp er gekomen en in 1948 kwamen de eerste hulpgoederen aan in Rotterdam.

In totaal was het budget 13,4 miljard dollar, waarvan ruim 1,5 miljard naar het verwoeste Duitsland ging. De VS verstrekte met het Marshallplan 3% van het Amerikaanse BBP aan Europa. Dat is naar de huidige maatstaven ruim 500 miljard dollar. Hiervan was 80% schenking en 20% lening. Dit staat in schril contrast met de aanpak van Griekenland op dit moment.

Om welvaart te creëren zal je vooral moeten investeren in het verbeteren van de productiviteit zodat een land concurrerender wordt en kan investeren in zorg, onderwijs en democratische instellingen die corruptie tegengaan en zorgen dat mensen belasting betalen voor ge-meenschappelijke voorzieningen.

Het Amerikaanse doel met het Marshallplan was niet alleen om vrede te waarborgen en de Europese economie weer te herstellen en op orde te krijgen, maar vooral ook om de Europese eenwording te bevorderen. Het voordeel hiervan was een verbeterde wereld-handel en export voor de VS omdat het voor grote bedrijven gemakkelijker zou zijn om zaken te doen met één continent dan met tientallen landen. De VS onderhandelde niet met de afzonderlijke landen, maar met allen tegelijk en daar lag het begin van de Europese Gemeenschap. De VS had dus baat bij een vredig en economisch groeien één Europa. Daarom schonken de Amerikanen 80% van het geld dat zij ter beschikking stelden en concentreerden zij zich op het verbeteren van de productiviteit en concrete infrastructurele investeringen die bijdroegen aan het economische herstel.

Verbetering productiviteit

De Amerikanen schonken dus een groot deel van hun geld en vroegen hiervoor geen onderpand zoals Europa nu met Griekenland doet. De VS eiste wel dat het geld geïnvesteerd zou worden in de infrastructuur en bestemd zou zijn voor economische groei. Het geld in Nederland werd vooral gestoken in het herstellen van de oorlogsschade en voor inkoop van bijvoorbeeld levensmiddelen, katoen en landbouwmachines. Maar met alleen het kopen van machines ben je er nog niet. Onder de coördinatie van het COP werden ook studiereizen georganiseerd en leerde we van de Amerikanen hoe je productiever kon worden door het toepassen van moderne vormen van organisatieontwerp en bedrijfsvoe-ring. Een van de doelstelling van het Marshallplan was het verbeteren van de productiviteit met 15% tussen 1948 en 19528.

Een belangrijke conclusie van de ondernemers, vakbondsmensen en experts die meegingen op studiereis naar de VS, was dat hard werken niet hetzelfde was als slim en productief werken.

De COP heeft zich vooral gericht op het scheppen van een model, een infrastructuur en een programma waarmee productiviteitsverhogende maatregelen kunnen plaatsvinden. Dit is vergelijkbaar met wat Weconomics nu doet. De activiteiten van COP richtte zich op onderzoek, opleiding, training, voorlichting, kennis- en ervaringsuitwisseling en samenwerking. De uitwerking in vond al werkende plaats, vergelijkbaar met de projecten van Weconomics.

Conclusie

Weconomics pleit voor een brede maatschappelijke discussie met als thema: met welke welvaart willen we leven en hoe gaan we dat organiseren (binnen Europa)? Weconomics wil dit met of zonder steun van de overheid en andere beleidmakers doen. Liefst met, maar als het afremt liever niet. Weconomics is vooral Greenfield organiseren en niet proberen bestaande instituties te veranderen. Of zoals Socrates al in zag: ‘The secret of change is to focus all of your energy, not on fighting the old, but on building the new’.

Zoals in eerdere artikelen beschreven groeit de productiviteit onvoldoende om de kosten van onze welvaart (zorg, onderwijs, veiligheid etc.) bij te houden. Dit gat is de afgelopen dertig jaar met geleend geld gevuld (de staatschuld neemt toe van 80 naar 480 miljard euro) en daar is in 2008 een einde aan gekomen. In ieder geval wordt het tijd voor een nieuwe Brede Maatschappelijke Discussie en pleit ik voor herinvoering van de Contact-groep Opvoering Productiviteit.

Focus voor de organisatie van een duurzame welvaart is het verbeteren van de productiviteit zodat we de surplustijd in kunnen zetten, niet om nog meer te maken of meer mensen te ontslaan, maar om te verduurzamen. Dingen die we als mens echt belangrijk vinden kosten vooral tijd en aandacht en hebben weinig met overheden, bedrijven en markten te doen.

Wil je inzichten delen over dit onderwerp? Kom dan naar een bijeenkomst uit de ThoughtExpediton tour of doe mee aan het project Brede Maatschappelijke Discussie over ‘De stand van zaken en toekomst van onze welvaart’

Voor meer informatie, zie: www.weconomics.info of www.paulbessems.com.

 

Foto: Niccolò Caranti, Joe Dynale

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.