Goede voornemens

Nu het einde van het jaar nadert, is het voor velen tijd voor bezinning. Goede voornemens. Deze week stelde een vriendin me dan ook de – weliswaar wat vroege maar onvermijdelijke – vraag:

‘Wat zijn eigenlijk jouw voornemens voor 2015?’

Over het antwoord hoefde ik niet na te denken: ‘Simpel, geen’. Niet omdat ik alles al bereikt heb of niets wil veranderen maar omdat ik niet in goede voornemens geloof.

Dat komt mede door een ervaring tijdens mijn studie psychologie, waarbij ik een onderzoekje deed waarbij we calciumpillen uitdeelden aan medestudenten. De helft van hen kreeg enkel de instructie ze twee keer per dag in te nemen, de andere helft vroegen we bij uitgifte eerst op te schrijven op welk moment en hoe ze de pillen iedere dag zouden nemen, bijvoorbeeld voor het tandenpoetsen. Onder voorwendsel dat we het effect van calciuminname op studieprestaties onderzochten, vroegen we iedereen na een week de inname en effecten van de pillen te rapporteren. Het resultaat was overduidelijk. De pillen hadden geen effect op studieprestaties (zoals verwacht; het waren namelijk placebo’s) maar er was wel een significant verschil tussen beide groepen: ondanks ieders goede voornemens, had de groep die vooraf iets had opschreven ze vaker ingenomen. We hadden hen namelijk gedwongen zogeheten ‘implementation intentions’ te maken. En wanneer je specificeert wanneer, waar en hoe je een doel gaat bereiken, blijkt de kans groter dat je het behaalt.

Het einde van het jaar luidt ook voor organisaties een tijd van nieuwe jaarplannen en doelstellingen in. Meestal boordevol ambities; niet zelden soortgelijke als voorgaande jaren. Niet omdat het ontbreekt aan ambitie en bijbehorende kritische prestatie indicatoren, goede voornemens in organisatietermen, maar omdat de concretisering ervan, ondanks de term ‘plan’, veelal mist: Hoe gaan we die behalen, wat is nu echt een realistische planning, wie doet wat en neemt welke verantwoordelijkheid? En vooral: wat zijn de prioriteiten in al die voornemens en welke keuzes maken we?

De doelstellingen en planningen van veel organisaties zijn eigenlijk niet veel anders dan het lijstje van de gemiddelde Nederlander op 1 januari.

Net als dat we allemaal wel weten dat snel veel kilo’s afvallen onverstandig is, en tegelijkertijd ook willen stoppen met roken al helemaal kansloos, nemen ook organisaties zich dit soort prachtige maar onhaalbare doelen voor. Met het gevolg dat ze net als individuele goede voornemens vaak binnen een week verdwenen zijn, om vervolgens pas weer in het volgende jaarplan te verschijnen.

Mocht je toch de verleiding van de goede voornemens niet kunnen weerstaan, maak er dan voor 2015 maar één: een jaar zonder grootse voornemens of jaarplannen. Als je iets wil veranderen, focus dan gewoon op één stip op de horizon en werk er – met kleine, uitgeschreven stapjes – naartoe. En zet die eerste stap vooral niet op 1 januari. Succes gegarandeerd.

Trefwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.