Burgerinitiatief als politiek project

In de afgelopen jaren heb ik de rol en de positie van burgerinitiatieven ingrijpend zien veranderen. Was burgerinitiatief tien jaar geleden enkel een onderwerp voor organisatoren van inspraak en voor welzijnswerkers, tegenwoordig houden ook zorgaanbieders, energiebedrijven, banken en ministeries zich ermee bezig.

Bewoners nemen heden ten dage initiatief rond zorg, welzijn, wonen, energie, groen, voedsel en nog veel meer. Vooral in de sectoren energie en zorg is het initiatief steeds beter georganiseerd. Burgers zijn daar in staat om bepaalde voorzieningen te creëren, te onderhouden en te verbeteren. Dat maakt burgerinitiatief tot een fenomeen dat ook de grote partijen serieus nemen.

Als grote spelers in sectoren rekening (moeten) gaan houden met burgerinitiatief, draait het ook om de sturing van die sectoren, en dus ook om macht. Vanuit dat perspectief is burgerinitiatief in essentie een politiek project.

De politieke betekenis van burgerinitiatief is in het debat nog relatief onderbelicht gebleven. Het zijn vooral de sociale en economische effecten die in het debat rond burgerinitiatief centraal staan. Om dat debat te verbreden naar de politieke effecten van burgerinitiatief, beschrijf ik hieronder vijf dimensies van burgerinitiatief als politiek project.

 

  1. Democratie met burgerproductie en – bestuur

Bewoners werken aan zorg, welzijn, energie en andere voorzieningen. Zij doen dit niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun bredere gemeenschap. Daarin laten zij zich democratisch controleren door andere betrokken burgers, bijvoorbeeld door zich te organiseren in coöperaties.

Mensen die werken voor hun gemeenschap, en die zich democratisch laten controleren, stellen zich op als burgerproducent en burgerbestuurder.

Normaal zijn mensen in hun democratische rol als burger vrij passief, zij beperken zich meest tot stemmen. Nu stellen zij zich actief op door te werken aan producten en diensten én door de aansturing of controle daarvan op zich te nemen.

 

  1. Controle op inbreng van eigen middelen

De wil om zich democratisch te laten controleren verklaart de voorkeur voor coöperaties en ook verenigingen. Daarin hebben alle betrokkenen formeel zeggenschap op basis van een enkele stem per lid, maar interessant is om waar te nemen hoe zij middelen inbrengen om hun buurt overeind te houden: spullen, tijd, ruimte, geld, kennis, vaardigheid, ervaring, aandacht, netwerken.

De nieuwe gemeenschappen die mensen in hun buurten creëren en die voorzieningen (producten of diensten) produceren, doen dat met middelen die de mensen met elkaar bijeenbrengen.

Dit geeft materieel zeggenschap, als van een aandeelhouder, en dat is een groot verschil met de meeste vormen van democratie die puur formeel zijn.

 

  1. Gemeenschappen van burgers

Binnen hun bredere gemeenschap creëren burgers verenigingen, coöperaties en andere verbanden om te kunnen produceren. Het zijn gemeenschappen waarbinnen mensen niet alleen produceren, maar waaraan zij ook welzijn ontlenen.

Nieuw is dat mensen lid zijn van dergelijke gemeenschappen waarbij ze gezamenlijk werken aan een voorziening en daar gelijktijdig van genieten of welzijnseffecten van ondervinden.

We kennen individuen die op basis van tal van achtergronden en voorkeuren lid zijn van gemeenschappen, maar een gemeenschap van burgers die samen produceren, consumeren en welzijn opleveren, en die samen besturen én elkaar controleren, is in de moderne samenleving een onbekend fenomeen. We weten dat dit er vroeger wel was, vele zijn tegenwoordig zeer geïnteresseerd in deze historische commons, maar voor dit moment is het nieuw dat mensen dit weer oppakken.

 

  1. Democratie met zelfcontrole

Het gaat hier om een nieuwe vorm van democratie. Deze democratie betreft de gangbare controle van mensen die binnen vereniging, coöperatie of ander verband een mandaat hebben, met name het bestuur. Maar deze vorm van democratie gaat nog een stap verder. Door verantwoordelijkheid te nemen voor onder meer energie en zorg geven burgers zich rekenschap van de gevolgen van hun individuele handelen voor nu en later.

Zij controleren hun eigen macht en zien erop toe deze niet te misbruiken ten koste van zichzelf en anderen.

Hun gemeenschap dient als klankbord voor deze zelfcontrole; dit is een interessante verklaring voor de opkomst van gemeenschappen van burgers. De zelfcontrole geeft deze democratie een bijzondere basis. Verreweg de meeste aandacht gaat steeds naar controle van de ander.

 

  1. Ideologieën die elkaar versterken

We kennen de strijd tegen ongelijkheid of voor vrijheid, gemeenschap en democratie als ideologieën, die vaak tegengesteld zijn. Zo spelen politieke partijen de tegenstelling tussen vrijheid en ongelijkheid uit: vrijheid vergroot de welvaart, stellen liberalen, en dus is er meer te verdelen. Sociaaldemocraten zetten daartegenover de toenemende ongelijkheid en het gebrek aan bewijs dat de welvaart groeit. Zo zijn er meer tegenstellingen, bijvoorbeeld tussen gemeenschap en vrijheid, waarbij velen de benauwdheid van gemeenschappen vrezen. Anderen vrezen het verdwijnen van gemeenschappen door teveel vrijheid.

Opvallend in het debat rond burgerinitiatief is hoe ideologieën niet alleen tegengesteld zijn, maar elkaar ook kunnen versterken.

Zo is meer vrijheid om als burger zelf aan de slag te gaan goed te beschouwen als een methode om meer gemeenschap op te bouwen en samen beter ongelijkheid te bestrijden. Meer gemeenschap betekent ook meer democratie, terwijl meer gemeenschap vroeger kon worden gezien als meer autocratie.

 

Nieuwe vragen

Mogelijk voelt een toenemend aantal burgers zich aangetrokken tot burgerinitiatief, omdat zij dit zien als een tegenmacht tegen grote organisaties die zich keren tegen de klant, en die de ongelijkheid in beloning van mensen in de hand werken.

Deze strijd maakt burgerinitiatief een politiek project.

Maar zijn burgers competent en voldoende toegerust om zo’n strijd aan te gaan?

Zijn de gemeenschappen van burgers inclusief, en hoe gaan zij om met ongelijke verdeling van middelen, de aandelen om mee te doen? De gemeenschappen zijn niet representatief, maar vaak is er grote consensus over wat zij doen, mogelijk omdat zij zo dicht bij de burger staan. Is waarneembaar dat mensen een dergelijke consensus aanvaarden als een substituut voor representativiteit? Zijn zij toegerust om conflicten hierover op te lossen? Gebruiken zij ideologie om hun conflicten aan te wakkeren, of leren zij dit ook gebruiken om hun conflicten op te lossen?

Antwoorden op deze en andere vragen kunnen burgerinitiatief als politiek project belichten, om zo tot de essentie van burgerinitiatief door te dringen. Nu we al veel weten over de sociale, economische en democratische kenmerken van burgerinitiatief, is de politieke dimensie het volgende punt op de agenda.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.