Afstand

Trein, maandag rond de klok van half 9. Ik ben op weg naar Utrecht om een presentatie te geven op een regionale HRM-dag en hoewel het maandagochtend is, ben ik in opperbeste stemming. Waar mijn dag normaal gesproken een uur eerder begint, in een trein de andere kant uit, met mijn gezicht tegen de rug van een andere forens aangedrukt, zit ik vandaag zowaar. En dat werkt een stuk lekkerder dan wanneer je met één hand tegen het plafond je evenwicht moet bewaren.

Dat ik geen laptop bij me heb deert niet; vol goede moed pak ik mijn Blackberry en wat papieren voor deze dag. Al snel ga ik zo op in het afwerken van mailtjes (iedereen die behept is met een Blackberry weet dat zo’n toetsenbord opperste concentratie vergt) dat ik niet eens doorheb dat er iemand naast me zit. Ik schrik dan ook lichtelijk, wanneer een stem in mijn linkeroor schreeuwt ‘Zo, vroeg aan het werk?’. Ik kijk op van mijn telefoon en recht in het gezicht van een man, een paar jaar ouder dan ik. Strak in het pak, haren glimmend van de gel naar achteren gekamd. ‘Inderdaad’, antwoord ik, terwijl ik zijn blik richting de papieren voor me zie glijden. Wanneer hij een bekend logo spot, kijkt hij me fronsend aan.

Ambtenaar? Sinds wanneer werken jullie voor 10 uur ’s ochtends?

In een split second besluit ik dat het weinig zin heeft hem te vertellen dat ik weliswaar voor een publieke organisatie werk maar daarmee nog geen ambtenaar ben. Ik open mijn mond om te antwoorden en op dat moment klinkt een snoeiharde ringtone. Terwijl mijn buurman op al net zo luide toon de oproep beantwoordt, focus ik me weer op mijn mail. Althans, dat probeer ik, want het volume van het gesprek naast me is nogal eh, overheersend.  Het gaat over geld, veel geld. Due dilligence. En een nieuwe stagiaire. ‘Het moet er wel eentje zijn die snapt hoe de wereld in elkaar zit. Out-of-the-box denkend. Een niet lullen-maar-poetsen-type. Iemand als ik eigenlijk,’ lacht mijn buurman. Misschien verbeeld ik het me, maar ik zweer dat ik de wenkbrauwen van een andere medepassagier even omhoog zie schieten.

Met wat moeite stort ik me weer op mijn eigen werk en op het moment dat we Utrecht binnenrijden, kan ik tevreden het tafeltje omhoog klappen. Wanneer de trein bijna stilstaat, breekt mijn buurman zijn gesprek af en staat op. Terwijl we achter elkaar naar de deuren schuifelen, zegt hij over zijn schouder  ‘Sorry, ik had graag met  je gepraat. Maar ja, werk’. ‘Misschien op de terugreis?’ zegt hij, terwijl zijn gezicht betrekt. ‘Jij hebt vast een vroege trein…’

‘Klopt helemaal’ antwoord ik.’ Rond half 12 richting Amsterdam en dan om een uur of zes, half 7 vanmiddag terug. Maar ik stop onderweg wel even op Schiphol voor een netwerkgesprek dus ik ben waarschijnlijk om een uurtje of 8, half 9 wel weer op Den Haag CS’. ‘Oh,’ mompelt hij met een verwonderde blik. ‘Dan ben ik al lang thuis’.

Terwijl ik me een weg door de menigte richting roltrap baan, kan ik alleen maar hopen dat hij precies die stagiaire krijgt die hij zoekt.

Trefwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.